Uitleg over de specificaties van een lijnlaser

Uitleg van alle lijnlaserspecificaties: 

Inhoudsopgave:

1. Nauwkeurigheid
2. Bereik (zicht)
3. Bereik (ontvanger)




Nauwkeurigheid:

De nauwkeurigheid van lijnlaser zegt iets over de maximale afwijking. Dit wordt bij ons uitgedrukt in millimeter per 10 meter. De afwijking laten we altijd zien op 10 meter, omdat dit een goed beeld geeft over de afwijking in de praktijk. Wanneer de afwijking bijvoorbeeld 3 mm op 10 meter is, betekent dit dat de laserlijn maximaal 3 mm mag afwijken van het absolute nulpunt. Dit kan dus 3 mm hoger of 3 mm lager zijn. De afwijking is dus altijd maximaal 3 mm. Soms wordt dit ook wel met het plus/minteken (±) aangeduid. De maximale afwijking van een lijnlaser is afhankelijk van de kwaliteit van het binnenwerk. Een afwijking kan bijvoorbeeld ontstaan door weerstand in de lagers bij een pendelmechanisme. Om deze rede kan de afwijking de ene keer bijvoorbeeld +3 mm en de andere keer -3 mm zijn.





Bereik (zicht):

Het bereik van een lijnlaser wordt aangeduid in meters. Hier wordt er vanuit gegaan dat de lijnlaser binnen staat. Omdat een lijnlaser buiten nooit goed zichtbaar is, zal het altijd een bereik zijn wat voor binnen geldt. Er dient altijd rekening gehouden te worden met de lichtomstandigheden. Hoe meer licht er in een ruimte aanwezig is, hoe slechter de lijnlaser zichtbaar zal zijn. Bij de specificaties gaan we uit van normale, gunstige omstandigheden. Dit is dus een realistisch beeld van het zichtbare werkbereik. Wanneer buiten gewerkt zou worden, kan in combinatie met een handontvanger gewerkt worden. Hieronder is het bereik met een ontvanger te lezen.





Bereik (ontvanger):

Het bereik van een lijnlaser in combinatie met een handontvanger is altijd groter dan het zichtbare bereik. In combinatie met een ontvanger kan de laserlijn ontvangen worden terwijl deze voor het oog niet zichtbaar is. Dit kan dus zowel binnen als buiten. De ontvanger laat door middel van akoestische en optische signalen weten waar de laserlijn zich bevindt. Ook het bereik van de handontvanger is afhankelijk van de lichtomstandigheden. Wanneer bijvoorbeeld de zon op het ontvangstvenster schijnt, kan het bereik met 10%-20% afnemen. 





Zelfnivellerend:

Bijna alle lijnlasers die we bij TOP-Lijnlaser.nl verkopen zijn zelfnivellerend. Zelfnivellerend betekent dat de laserlijn zichzelf waterpas stelt. De laserlijnen van een zelfnivellerende lijnlaser zijn dus waterpas, zowel horizontaal als verticaal. Het zelfnivelleren van de lijnlaser kan op verschillende manieren. De meest voorkomende manier is door middel van een pendelmechanisme.

Pendelmechanisme
Een pendelmechanisme houdt in dat het volledige binnenwerk van de lijnlaser vrij kan hangen. Door middel van twee beweegbare assen die vrij kunnen bewegen door lagers, is het mogelijk dat het mechanisme kan hangen. Dit is te vergelijken met het hangen van een steen aan een touw. Deze zal automatisch loodrecht naar beneden hangen. Vaak wordt een pendelmechanisme magnetisch gedempt zodat deze sneller stil hangt. 

Servomotoren 
Wanneer een lijnlaser door middel van servomotoren genivelleerd wordt, wordt het mechanisme door middel van kleine servomotoren waterpas gesteld. Het mechanisme kan dus niet meer vrij bewegen, maar zit vast. De servomotoren kunnen het mechanisme zeer nauwkeurig stellen, waardoor een hoge nauwkeurigheid gewaarborgd kan worden. 





Laserlijnen:

Hier wordt aangegeven welke laserlijnen zichtbaar zijn van de lijnlaser. Op TOP-Lijnlaser.nl geven we de lijnen weer per laserdiode. Een 5 lijns laser heeft dus 5 laser diodes waar 5 laserlijnen uit komen. Sommige laserlijn lopen over in elkaar, waardoor niet meer te zien is dat het werkelijk twee of meer laserlijnen zijn. In de specificaties is bijvoorbeeld bij een 5 lijns laser af te lezen dat deze een horizontale laserlijn en 4 verticale laserlijnen heeft. De verticale laserlijn die van voor naar achter loopt bestaat dus uit twee laserstralen. Eén die naar voren schijnt en één die naar achteren schijnt. Boven de laser lopen ze in elkaar over zodat het één laserlijn lijkt. 





Lijnen afzonderlijk in- en uitschakelen:

De laserlijnen van een lijnlaser zijn vaak in en uit te schakelen. Bij sommige lijnlasers is het dan ook mogelijk om de laserlijnen afzonderlijk van elkaar in en uit te schakelen. Elke laserlijn kan dus los van de andere in of uitgeschakeld worden. Bij sommige lijnlasers is dat maar gedeeltelijk mogelijk. Dat houdt in dat bijvoorbeeld 2 laserlijnen verbonden zijn of dat er elke keer een laserlijn bijgevoegd wordt. Bijvoorbeeld bij een 5 lijns laser kunnen gedeeltelijk de laserlijnen ingeschakeld worden. Bij het indrukken van de knop voor de verticale laserlijn schakelt eerst één laserlijn in, vervolgens de tweede lijn en vervolgens de derde en vierde lijn tegelijkertijd. Het is dus niet mogelijk alleen de tweede laserlijn in te schakelen bij een gedeeltelijke in- en uitschakeling.





Mechanisme:

Bij lijnlasers zijn er twee soorten mechanismes. Er zijn pendelmechanismes en servomotorische mechanismes. Het pendelmechanisme nivelleert door middel van een pendel die hangt. Een servomotorisch mechanisme nivelleert door een elektronische compensator (digitale waterpas) die de servomotoren aanstuurt, waardoor het mechanisme waterpas gesteld wordt. 

Pendelmechanisme
Een pendelmechanisme houdt in dat het volledige binnenwerk van de lijnlaser vrij kan hangen. Door middel van twee beweegbare assen die vrij kunnen bewegen door lagers, is het mogelijk dat het mechanisme kan hangen. Dit is te vergelijken met het hangen van een steen aan een touw. Deze zal automatisch loodrecht naar beneden hangen. Vaak wordt een pendelmechanisme magnetisch gedempt zodat deze sneller stil hangt. 

Servomotoren
Wanneer een lijnlaser door middel van servomotoren genivelleerd wordt, wordt het mechanisme door middel van kleine servomotoren waterpas gesteld. De elektronische compensator (digitale waterpas) meet hoeveel het mechanisme gesteld moet worden om waterpas te komen. Het mechanisme kan dus niet meer vrij bewegen, maar zit vast. De servomotoren kunnen het mechanisme zeer nauwkeurig stellen waardoor een hoge nauwkeurigheid gewaarborgd kan worden. 





Transportvergrendeling:

Een transportvergrendeling in een lijnlaser zorgt ervoor dat het pendelmechanisme niet meer kan bewegen als deze vergrendeld is. Door de transportvergrendeling blijft het mechanisme op zijn plek en kan het niet meer vrij bewegen. Hierdoor kan het niet bewegen tijdens transport en tegen de binnenkant van de behuizing botsen. Door de transportvergrendeling kan het pendelmechanisme dus minder snel beschadigen dan wanneer er geen transportvergrendeling aanwezig is. Bij servomotoren is er geen transportvergrendeling benodigd, omdat door de servomotoren het mechanisme al vergrendeld wordt.





Laserprincipe:

Bij lijnlasers zijn er twee soorten principes. Er is het "CONE" principe en het "CINLINDER" principe. Het laserprincipe bepaald hoe de laserlijnen gevormd worden. 

CONE Principe (360° laser of 3D laser)
Het cone principe laat een laserdiode een laserpunt door een cone (pilon of kegel) stralen. De cone maakt van de laserpunt een 360° laserlijn. Hierdoor is voor een laserlijn van 360° maar één laserdiode benodigd. Een 3x360° laser heeft met dit principe dus maar 3 laserdiodes nodig. Dit is daardoor efficiënter, voordeliger en energiebesparend. Door het cone principe is het moeilijker de laserdiodes (laserlijnen) ten opzichte van elkaar af te stellen. Hierdoor is het minder goed mogelijk om een hoge nauwkeurigheid te garanderen. Het cone principe is dus vaak minder nauwkeurig dan het cilinder principe.

CILINDER Principe
Het cilinder principe laat een laserdiode een laserpunt door een cilinder stralen. De cilinder vorm de punt om naar een laserlijn die vaak tussen de 120° en 180° straalt. Door dit principe kan één laserdiode dus geen laserlijn van 360° maken. Om een laserlijn van 360° te maken, zullen dus meerdere diodes benodigd zijn. Omdat elke diode en dus laserlijn ten opzichte van de ander afgesteld kan worden, kunnen deze lijnlasers nauwkeuriger afgesteld worden. De kwaliteit van het binnenwerk bepaald of de diodes (laserlijnen) nauwkeurig afgesteld kunnen worden en bepalen daarmee de maximale afwijking van de lijnlaser.

TOP-Lijnlaser.nl cone principeTOP-Lijnlaser.nl cilinderprincipe

 





Laserdiode:

De laserdiode van een lijnlaser is in twee kleuren verkrijgbaar: rood en groen. De groene laserdiode is de nieuwste van de twee. De rede hiervoor is dat een laserdiode van zichzelf altijd rood is. Het vereist een duurdere en ingewikkeldere techniek om een groene laserdiode te maken. Door deze techniek en methode zijn de groene laserdiodes duurder dan de rode en ontstaat er een prijsverschil tussen rode en groene lijnlasers. Groen licht is 4 tot 6 keer beter zichtbaar dan rood licht, hierdoor is een groene laserlijn beter te zien. Dit resulteert in een groter bereik (zicht). Ook is groen licht prettiger voor onze ogen om naar te kijken. Onze ogen hoeven minder te focussen op de laserlijn en daarom werkt het ook prettiger met een groene laserstraal. 

Golflengte
Naast de klasse van een laserdiode wordt ook de golflengte aangeduid. De golflengte van een laserdiode bepaalt de kleur van de laserstraal. De golflengte tussen 620 en 680 nm wordt gebruikt voor rode laserlijnen van lijnlasers. Voor groene laserlijnen wordt vaak een golflengte gebruikt tussen 510 en 535 nm. Hieronder de tabel met golflengtes.

Golflengte tabel TOP-Lijnlaser

Laser classificaties
Lijnlasers die worden verkocht, moeten voorzien zijn van een classificatie-aanduiding die aangeeft hoe gevaarlijk de laser is, in een getal van 1 (ongevaarlijk) tot 4 (zeer gevaarlijk), die gedefinieerd zijn in officiële richtlijnen. De klassen zijn:

  • Klasse 1:
    De laser is ongevaarlijk onder alle omstandigheden, hetzij door een laag vermogen, dan wel door een afscherming die ervoor zorgt dat het licht de ogen niet kan bereiken. De lasers in cd-branders hebben een vrij hoog vermogen, maar zijn klasse 1 om laatstgenoemde reden. Lasers in streepjescodelezers vallen ook onder deze klasse omdat de laserbundel zo snel beweegt dat er nooit een gevaarlijke hoeveelheid licht in het oog kan komen.

  • Klasse 1M:
    De laser is veilig bij directe instraling in het oog (golflengte 302,5 tot 400 nm), maar zou gevaarlijk kunnen worden bij gebruik van een optisch instrument, zoals een vergrootglas of verrekijker. Lasers van deze klasse hebben een divergerende bundel of een brede bundeldiameter waardoor het gebruik gevaarlijk kan zijn.

  • Klasse 2:
    De laser is ongevaarlijk bij normaal gebruik, omdat de reflex om het oog te sluiten voorkomt dat er een oogschade optreedt. Dit zijn zichtbaar-licht-lasers (golflengte 400 tot 701 nm) met vermogens tot 1 mW, zoals de meeste laserpointers. Enkele seconden in een dergelijke laser staren kan wel tot (kleine) oogbeschadigingen leiden.

  • Klasse 2M:
    Laser vergelijkbaar met klasse 2, onder de voorwaarde dat er geen instrumenten als lenzen gebruikt worden die het licht zouden kunnen concentreren. Lasers uit deze klasse produceren een hoog divergerende bundel of brede bundeldiameter.

  • Klasse 3R:
    Deze laser wordt beschouwd als ongevaarlijk, maar kan potentieel gevaarlijk zijn wanneer direct in de laserbundel wordt gekeken. De limiet is 5 keer de waarde van de limiet die geldt voor klasse 1 (voor onzichtbaar licht) of klasse 2 (voor zichtbaar licht).

 




Nivelleerbereik:

Het nivelleerbereik van een lijnlaser met pendelmechanisme is afhankelijk van de grootte van de behuizing. Hoe groter de behuizing hoe meer vrijheid het mechanisme heeft. Het maximale bij de meeste doorgaande lijnlasers is 5°. Het nivelleerbereik van de lijnlaser bepaalt hoe snel en gemakkelijk de lijnlaser zichzelf kan nivelleren (waterpas stellen). Hoe hoger het nivelleerbereik van een lijnlaser hoe meer het binnenwerk kan compenseren, waardoor het gebruiksgemak verhoogd wordt. 





Afschot:

Lijnlasers die in afschot gezet kunnen worden, kunnen dit vaak alleen manueel. Dit houdt in dat het mechanisme geblokkeerd wordt en de volledige lijnlaser gekanteld kan worden. De behuizing en al dienen dan gekanteld te worden. Zo kan wel een groot afschot in elke gewenste hoek gemaakt worden. De lijnlaser kan dan simpelweg gekanteld worden in elke positie terwijl de laserlijn zichtbaar blijft. Sommige lijnlasers kunnen automatisch in afschot gezet worden. Wanneer een lijnlaser door middel van servomotoren genivelleerd wordt, kan soms het afschot door middel van de servomotoren ingesteld worden. De behuizing blijft op zijn plek en het mechanisme kantelt. Niet elke lijnlaser met servomotoren kan dit. 





Bescherming:

Wat betekend de IP waarde van een lijnlaser? De bescherming van een lijnlaser wordt aangeduid met een IP waarde. De IP waarde zegt wat over de water- en stofdichtheid van een lijnlaser. Hieronder de tabel met uitleg over de IP waarde cijfers. Bijvoorbeeld een IP waarde van IP54 houdt in; 5x en x4 (5x stofbescherming) en (x4 plensdicht). De lijnlaser is in dit voorbeeld stofdicht en plensdicht.

Tabel IP Waarde Lijnlasers uitleg





Werkduur per accu / batterij(en):

De werkduur van een lijnlaser is afhankelijk van het verbruik van de laserdiodes en de sterkte van de accu of batterijen. Bij TOP-Lijnlaser proberen we de werkduur zo realistisch mogelijk aan te geven. Maar wel in gunstige omstandigheden. We gaan er dus niet vanuit dat de laserlijnen allemaal tegelijkertijd ingeschakeld zijn, maar ook niet dat er maar één laserlijn ingeschakeld is. De werkduur wordt dan ook weergegeven in aaneengesloten uren. In werkelijkheid zal de werkduur dus aanzienlijk langer lijken, omdat meestal de lijnlaser niet aaneengesloten gebruikt wordt. Wanneer de lijnlaser tijdens gebruik gemiddeld 2 uur per dag gebruikt wordt en de werkduur normaal 10 uur is, heeft de lijnlaser dus eigenlijk een werkduur van één week omdat deze 5 dagen lang 2 uur gebruikt kan worden. De werkduur is ook afhankelijk van de werktemperatuur. Bij een temperatuur onder de 6°C zal de werkduur met 20% afnemen. Bij temperaturen boven de 35°C zal de werkduur ook afnemen met 20%. Het betreft dan de interne temperatuur van de lijnlaser. Wanneer deze dus in de zon staat en het buiten maar 25°C is kan de binnentemperatuur van de lijnlaser wel oplopen tot 40°C waardoor de werkduur dus kan afnemen. 





Voeding:

De voeding van de lijnlaser geeft weer met welke bron de lijnlaser gevoed wordt van stroom. Hier zijn verschillende mogelijkheden van toepassing. 

NiMH accu
NiMH staat voor Nikkel Metaal Hydride. Deze accu soort bestaat al jaren en is de opvolger van NiCd (Nikkel Cadmium). Tegenwoordig zijn de oplaadbare batterijen vaak ook NiMH. De ontwikkelingen zijn gestopt bij deze accusoort. Betrouwbaarheid en degelijkheid zijn een begrip voor NiMH. Het nadeel is dat de NiMH accu's niet goed tegen temperatuursverschillen kunnen en een minder lange levensduur hebben. 

Li-Ion accu
Li-Ion staat voor Lithium Ion. Dit is de nieuwste technologie en opvolger van NiMH. Het voordeel van Li-Ion is dat deze accu's langer meegaan en beter tegen temperatuursverschillen kunnen. Li-Ion is vaak ook krachtiger dan NiMH en kan daardoor een langere werkduur garanderen. Een Li-Ion accu heeft geen geheugenfunctie, wat inhoudt dat deze zou onthouden dat hij elke dag wordt geladen, wat resulteert dat hij in één dag leeg is. De zelfontlading is nihil waardoor bij weinig gebruik de accu nog vol blijft. Li-Ion accu zijn minder zwaar en compacter. Ten opzichte van NiMH is dit de toekomst.

Alkaline batterijen
De Alkaline batterijen kennen we al jaren. Bij lijnlasers wordt vaak gebruik gemaakt van twee soorten de AAA en de AA (penlight) batterij. Alkaline is betrouwbaar en sterk. De werkduur van lijnlasers met alkaline batterijen zijn daarom ook vaak langer dan die met accu. Het nadeel is natuurlijk dat wanneer de alkaline batterijen leeg zijn, deze niet meer hergebruikt kunnen worden en ingeleverd dienen te worden bij een batterijrecyclingpunt. 





Oplaadbaar:

Wanneer een lijnlaser oplaadbaar is, wil dat zeggen dat de accu in de lijnlaser op te laden is. Dit kan op verschillende manieren het geval zijn. Het kan zijn dat er een interne accu inzit en deze via een aansluiting op de lijnlaser op te laden is. Soms moet de accu opgeladen worden op de accu zelf en is de aansluiting op de lijnlaser enkel voor de netstroomvoorziening. Soms dient de accu uit de lijnlaser gehaald te worden om de accu op te kunnen laden. 





Netstroomaansluiting:

Wanneer een lijnlaser een netstroomaansluiting heeft, kan deze met de adapter (oplader) via netstroom gebruikt worden. Dat houdt in dat de lijnlaser gebruikt kan worden zonder accu of batterijen. Wanneer de lijnlaser via de netstroom (lichtnet) gebruikt wordt, zit deze dus verbonden via een stekker met snoer en aansluiting van de lijnlaser aan een stopcontact. Op deze manier kost het geen batterij of accu om de lijnlaser te gebruiken. Dit kan handig zijn wanneer een lijnlaser voor een lange aaneengesloten periode gebruikt dient te worden.





Werktemperatuur:

De werktemperatuur van een lijnlaser is erg belangrijk. Sommige situaties vereisen een lijnlaser met een groot bereik aan werktemperatuur, omdat bijvoorbeeld de lijnlaser vaak in de kou staat. Niet elke lijnlaser kan goed tegen de kou. Dit is afhankelijk van twee dingen. De accu (batterijen) en de laserdiodes. Sommige laserdiodes kunnen niet goed tegen de kou. Hierdoor kunnen de laserlijnen minder goed zichtbaar worden of zelfs helemaal niet meer zichtbaar zijn. Per lijnlaser staat aangegeven wat de minimale en maximale werktemperatuur is. Binnen dit bereik kan er wel al verschil in lasersterkte zitten. Wanneer bij een lijnlaser vermeldt staat het een werktemperatuur heeft van 0°C tot 40°C, kan het zijn dat de lasersterkte bij bijvoorbeeld 6°C en kouder al zwakker wordt. 





Gewicht:

Het gewicht van een lijnlaser wordt vaak aangeduid in kilo's. Het betreft het gewicht van enkel de lijnlaser. De koffer met eventuele accessoires worden hierin niet meegerekend. 





Aansluiting:

Voor lijnlasers zijn er twee verschillende aansluitingen. Dit geldt voor elk merk en elk type. De 1/4" (één vierde inch) aansluiting en de 5/8" (vijf achtste inch) aansluiting. De 1/4" aansluiting wordt tevens voor camera's gebruikt en noemen we dus ook wel de camera-aansluiting. Deze aansluiting is klein en wordt vaak bij kleine, lichte lijnlasers gebruikt. De 5/8" aansluiting is te vergelijken met een M10 bout of moer. Het is geen M10 maar de grootte is ongeveer hetzelfde. De draad van de 5/8" is uniek en wordt vaak alleen bij de lasers gebruikt. Deze grotere aansluiting biedt meer stevigheid bij zwaardere lijnlasers en is dus ook vaak te vinden bij de grotere lijnlasers.





Afmetingen LxBxH:

De afmetingen van de lijnlasers worden vermeld per product. De afmeting is van enkel de lijnlaser. De afmetingen worden vaak in millimeters weergegeven voor de Lengte, Breedte en Hoogte.





Garantie:

De garantieperiode van elke lijnlaser staat vermeldt. Bij sommige lijnlasers dient de lijnlaser geregistreerd te worden bij de fabrikant, dan staat het vermeldt in dit veld. De garantie kan altijd via TOP-Lijnlaser.nl gerealiseerd worden. Wij behandelen uw garantie. De lijnlaser kan naar ons verzonden worden of gewoon langs gebracht worden. Bekijk de garanties en voorwaarden op onze pagina Service & Garantie